De keeper zonder nek en dribbelaar met Lombroso hoofd.


Neen voor mij geen Tahiti of Madagascar. Dat zijn voor velen exotische oorden en wie heeft er niet de wens daar ooit op een hagelwit strand te liggen met jonge dames met blote borsten die kokosnoten verkopen? Ik niet.

Na mijn twee bezoeken aan Rayo Vallecano zo tussen 1995 en 1998 heb ik qua exotische beleving niets meer te wensen. Nu stond Zwitserland tot dan qua exotischiteit nummer 1 met dat sprookjesachtige landschap, de onbestaanbaar brave mensen met die kinderlijk lieve taal. 

Zo tussen 1987 en 1999 beleefde ik vele hoogtepunten als voetballiefhebber. Ik was overal, bij Estoril, Skala Kalloni, Top Oss, Real Madrid, Roma, Juventus, Barcelona , Genoa en nog 30 of 40 stadions, waaronder dat van Rayo Vallecano.
  
Rayo Vallecano sloeg alles. Vallecas, een buitenwijk van Madrid is een arbeiderswijk. In die jaren kwam ik enkele malen in Madrid en bezocht Estadio Calderon en Bernabeu. Ik plakte er dan ook graag een wedstrijd in de wijk Vallecas aan. Ik zag er een zondagmiddagwedstrijd tegen Sevilla om 12.00 uur en een zaterdagmiddagwedstrijd tegen Elche. Een klein stadion met lelijke, steile tribunes en een klein veld. Het kopen van een kaartje is er niet moeilijk. De namen van de spelers ken ik niet. 

Maar dan dat rare opgewonden mannetje met zwarte krullen en wenkbrauwen, dribbelend met zijn hoofd naar beneden, waardoor ik de Lambroso (wenkbrauwen dicht op de ogen) trekken amper kan zien. Is dat niet die jonge speler van Barcelona, nu een aantal jaar ouder? Hij blijkt het te zijn. Om de 5 minuten zet hij een solo op. In 8 van de 10 keer verzandt die. Maar de andere twee keer schept hij ruimte, waarvan de anderen helaas niet profiteren. Steeds druk gesticulerend tegen scheidsrechter en medespelers. Inmiddels blijkt hij trainer bij Toledo.

  

En dan die man in de goal. Veel te klein en al wat ouder, lijkt. Achteraf was hij toen 28. Zijn hoofd voorover, lijkt. Heeft hij wel een nek, vraag ik me af. Dat blijkt niet zo te zijn. Hij kan wel wat, hij heeft immers 74 wedstrijden in de Primera Division gespeeld en 15 in het Nigeriaanse elftal. De tweede keeper van Go Ahead, Peter Rufai, was zijn concurrent. En dan zijn naam “Wilfred”, ook zo detonerend voor een Nigeriaan, alsof je een papegaai “Jan Willem” noemt. Ik zie op TV regelmatig zijn treurige en verongelijkte hoofd na weer een tegendoelpunt, alsof hij zeggen wil “Wees niet boos, ik ben nu eenmaal klein, jullie hebben me aangetrokken”. 

De laatste keer in 1997 of 1998 zag ik Dave van de Bergh ploeteren op het middenveld van Rayo Vallecano. Zijn gave techniek werd nauwelijks benut. Misschien iets voor (toen) mijn club FC Utrecht? Ik was te verlegen de club te tippen. Een half jaar later werd hij aangetrokken door Utrecht

Toen ik plaatjes zocht voor dit blog kwam ik zojuist het bericht tegen over het overlijden van keeper Wilfred, vorig jaar januari op 47 jarige leeftijd in een ziekenhuis in Alcala de Henares. Zijn laatste jaren was hij bewaker op vliegveld Barajas. Ik had de arme keeper graag een langer leven gegund.

Advertenties

Over renescheffer

Twitteraar, blogger, Italie, Spanje, Vitesse, FC Wageningen, columnist, Vkblog. Zeister Magazine, Male model, PvdA, voetbal, reizen, ambtenaar, eten, politiek, Zeist.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s